Standaard profiel: Herkomst van Vermogen en Middelen

Bekijk de instructievideo
Instructievideo

Uittreksel voorbeeldreview

“De relatie betreft een natuurlijk persoon met een totaal vermogen van €2.000.000,- binnen zijn InsingerGilissen-accounts. Hij is de UBO en DGA van Y. B.V., een bedrijf met een geschatte waarde van ca. €2.200.000,-. Verder is de relatie eigenaar van 2 vastgoedobjecten (totale waarde ca. €750.000,-) en heeft hij een investeringsportfolio buiten InsingerGilissen t.w.v. ca. €500.000,-. Bij grootbank X houdt de relatie tenslotte nog een betaal- en spaarrekening met een totaalvermogen van ca. €200.000,-

De relatie is gevraagd naar de herkomst van de totale middelen (ca. €2.000.000,-) welke geplaatst zijn bij InsingerGilissen. Deze middelen kunnen worden opgesplitst in een initiële inbreng van €1.500.000,- en ca. €500.000,- aan vermogensgroei over de afgelopen jaren. De herkomst van deze middelen is te herleiden naar enerzijds inkomsten vanuit een eigen onderneming en anderzijds naar een erfenis, welke ongeveer 10 jaar geleden is ontvangen. 

Bron nalatenschap

De relatie heeft toegelicht ca. €700.000 te hebben ontvangen uit de nalatenschap van zijn ouders. De erfenis kan niet worden onderbouwd met concrete documentatie, aangezien de relatie een aantal jaar geleden is verhuisd en dergelijke documenten toentertijd verloren zijn gegaan. Wel heeft de relatie kunnen toelichten dat deze gelden afkomstig zijn uit de verkoop van een huis, waarvan de hypotheek reeds was afgelost – waartoe zijn ouders in staat waren door diens werkzaamheden in de advocatuur. De relatie heeft het adres van de verkochte woning opgegeven. Dit betrof [straatnaam, huisnummer, postcode, plaatsnaam]. 

Uit de gegevens van het Kadaster blijkt dat het betreffende adres destijds inderdaad in het bezit was van een persoon met een achternaam welke overeenkomt met de achternaam van de relatie. De geboortedatum van deze persoon komt eveneens overeen met de datum welke blijkt uit de verklaring van de cliënt. Het wordt dan ook aannemelijk geacht dat dit object inderdaad in eigendom was van de vader van de relatie. Voorts is de genoemde waarde van het object geverifieerd. Daarbij is gebleken dat het object in 1982 voor een bedrag van omgerekend €350.000,- door de vader is aangekocht. De verkoopwaarde in 2010 betrof blijkens het Kadaster €1.100.000,-. Deze waardestijging is geverifieerd middels openbare bronnen en blijkt conform de gemiddeld stijging van de vastgoedwaarde voor de betreffende gemeente over de periode 1982-2010. Gezien deze verkoopwaarde wordt het aannemelijk geacht dat de relatie een nalatenschap heeft ontvangen van €700.000,-. Alhoewel de relatie geen documentatie heeft kunnen aanleveren ter ondersteuning van zijn verklaring wordt, gezien het voorgaande, de verklaring voldoende verifieerbaar geacht.

Bron inkomsten uit onderneming

De relatie is oprichter en enig aandeelhouder van Y. B.V. Deze onderneming is, blijkens KvK actief sinds 1992 en is blijkens openbare bronnen actief in de import (Spanje en Portugal) en export (West-Europa) van siersteen. Uit de aangeleverde uitgebreide jaarrekening over 2019 blijkt een omzet van ca. €2.000.000,-, met een nettowinst van ca. €250.000,-. Uit de jaarcijfers over de periode van 2015 tot 2019 blijken vergelijkbare resultaten. De genoemde resultaten worden passend geacht gezien de grootte van het bedrijf (ca. 10 medewerkers, 1 locatie en een ca. 100 afnemers) en de internationale oriëntatie. 

Uit de jaarcijfers over de genoemde jaren blijkt dat jaarlijks ca. €70.000,- aan dividend aan de aandeelhouder is uitgekeerd. Uit de IB-aangifte van de relatie blijkt daarnaast een jaarsalaris ca. €110.000,-. Alhoewel cijfers van voor 2015 niet inzichtelijk zijn, wordt het niet onlogisch geacht dat in die jaren vergelijkbare resultaten zijn behaald. De relatie heeft verklaard over de afgelopen 30 jaar een vrij vermogen van ca. €2.300.000,- te hebben verkregen uit deze inkomsten.

Gezien het voorgaande wordt de herkomst van ingebrachte de middelen welke ontvangen zijn uit onderneming Y. B.V. voldoende inzichtelijk geacht. Gezien de looptijd van de zakelijke activiteiten van de B.V. en de hoogte van het salaris + dividenden wordt het plausibel geacht dat over deze periode het bij InsingerGilissen geplaatste vermogen van ca. €800.000,- is opgebouwd. De opbouw van dit vermogen is middels verschillende IB-aangiftes en dividendbesluiten geverifieerd. 

De relatie heeft aangegeven zijn reguliere inkomsten vanuit zijn onderneming en de erfenis initieel te hebben ondergebracht bij zijn huisbank, grootbank X. Wegens het gegeven dat hij voorkeur geeft aan spreiding van zijn vermogen en tevens met het oog op vermogensgroei, heeft de relatie besloten een gedeelte van deze middelen onder te brengen bij een vermogensbeheerder. 

De verklaring van de relatie aangaande de herkomst van zijn middelen is aan de hand van de aangeleverde onderbouwende documentatie en openbare bronnen voldoende inzichtelijk en passend bevonden. Het wordt plausibel geacht dat de ouders van de klant gezien hun werkzaamheden in de advocatuur het onroerend goed hebben kunnen aankopen en de hypotheek hebben kunnen aflossen. De hoogte van de ontvangen erfenis wordt passend geacht gezien de verkoopwaarde van het onroerend goed. De vermogensopbouw d.m.v. inkomsten vanuit de eigen onderneming is geverifieerd met behulp van recente jaarrekeningen en IB-aangiftes. Er zijn geen indicaties voor een verhoogd risico op het gebied van herkomst van middelen.

Vermogen buiten InsingerGilissen

De relatie is verder gevraagd naar de herkomst van het vermogen buiten de InsingerGilissen accounts (2 vastgoedobjecten, totale waarde ca. €750.000,-; een investeringsportfolio t.w.v. ca. €500.000,- en bij grootbank X een betaal- en spaarrekening met een totaalvermogen van ca. €200.000,-).

De relatie heeft verklaard dat dit vermogen over ca. 30 jaar is opgebouwd met inkomsten uit onderneming Y. B.V. (KvK-nummer). De relatie heeft verklaard over deze 30 jaar in totaal ca. €2.300.000,- te hebben ontvangen vanuit deze onderneming. Hiervan is ca. €800.000,- ondergebracht bij InsingerGilissen-accounts. Zie voor de onderbouwing van deze herkomst verder de onderbouwing welke genoemd is onder Bron inkomsten onderneming.

De verklaring van de relatie aangaande de herkomst van zijn middelen is aan de hand van de aangeleverde onderbouwende documentatie en openbare bronnen voldoende inzichtelijk en passend bevonden. De vermogensopbouw d.m.v. inkomsten vanuit de eigen onderneming is geverifieerd met behulp van recente jaarrekeningen en IB-aangiftes. De herkomst van het externe vermogen wordt dan ook beoordeeld als voldoende inzichtelijk en passend gezien het verdere cliëntprofiel. Derhalve wordt een verhoogd risico op de Herkomst van het Vermogen niet van toepassing geacht.”

Toelichting

Voorbeelden klantvragen

Basisvraag:

Verdiepingsvragen:

In geval vermogen (afkomstig) van B.V.:

Let op: als het vermogen verkregen is van een derde partij (schenking, erfenis), dan dient doorgevraagd te worden naar de oorspronkelijke opbouw van dit vermogen door deze derde partij.

Het is van belang om documentatie op te vragen bij de relatie ter onderbouwing van antwoorden op de gestelde vragen.


Documentatie

Antwoorden van de relatie moeten, indien mogelijk, onderbouwd worden met documentatie. Afhankelijk van de antwoorden kunnen bijvoorbeeld de volgende documenten worden opgevraagd:

Mochten er geen stukken beschikbaar zijn in verband met verjaring, stel dan verdiepende vragen om een beter beeld te krijgen van het desbetreffende vermogen in die tijd.

Volgende pagina | Vorige pagina